De website https://www.excel-function-translation.com/ krijgt natuurlijk alle credits. De lijst bevat van Excel 2007 alle velden en die voldoen nog in Microsoft 365 Excel. Aangezien de lijst niet actief wordt onderhouden ben ik zelf op basis van deze informatie verder gegaan met functies van 2010, 2013 en 2016.

AANG.DUURMDURATIONBerekent de aangepaste Macauley-duur van een waardepapier, aangenomen dat de nominale waarde 100 euro bedraagt.
AFW.ET.PRIJSODDFPRICEBepaalt de prijs per 100 euro nominale waarde voor een waardepapier met een afwijkende (korte of lange) eerste termijn.
AFW.ET_RENDODDFYIELDBerekent het rendement voor een waardepapier met een afwijkende (lange of korte) eerste termijn.
AFW.LT.PRIJSODDLPRICEBepaalt de prijs per 100 euro nominale waarde voor een waardepapier met een afwijkende (korte of lange) laatste termijn.
AFW.LT_RENDODDLYIELDBerekent het rendement voor een waardepapier met een afwijkende (lange of korte) laatste termijn.
AMORDEGRCAMORDEGRCGeeft als resultaat de afschrijving voor elke boekingsperiode door een afschrijvingscoëfficiënt toe te passen.
AMORLINCAMORLINCBerekent de afschrijving voor elke boekingsperiode.
BETPMTBerekent de betaling voor een lening, op basis van vaste betalingen en een vast rentepercentage. Geeft als resultaat de periodieke betaling voor een annuïteit.
COUP.AANTALCOUPNUMGeeft als resultaat het aantal coupons dat nog moet worden uitbetaald tussen de stortingsdatum en de vervaldatum.
COUP.DAGENCOUPDAYSGeeft als resultaat het aantal dagen in de coupontermijn waarin de stortingsdatum valt.
COUP.DAGEN.BBCOUPDAYBSBerekent het aantal dagen vanaf het begin van de coupontermijn tot de stortingsdatum.
COUP.DAGEN.VVCOUPDAYSNCGeeft als resultaat het aantal dagen vanaf de stortingsdatum tot de volgende couponvervaldatum.
COUP.DATUM.NBCOUPNCDGeeft als resultaat de volgende coupondatum na de stortingsdatum.
COUP.DATUM.VBCOUPPCDGeeft als resultaat de vorige couponvervaldatum vóór de stortingsdatum.
CUM.HOOFDSOMCUMPRINCGeeft als resultaat de cumulatieve hoofdsom van een lening die tussen twee termijnen is terugbetaald.
CUM.RENTECUMIPMTGeeft als resultaat de cumulatieve rente die tussen twee termijnen is uitgekeerd.
DBDBGeeft als resultaat de afschrijving van activa voor een bepaalde periode met behulp van de ‘fixed declining balance’-methode.
DDBDDBGeeft als resultaat de afschrijving van activa over een bepaalde termijn met behulp van de ‘double declining balance’-methode of een andere methode die u opgeeft.
DISCONTODISCGeeft als resultaat het discontopercentage voor een waardepapier.
DUURDURATIONGeeft als resultaat de gewogen gemiddelde looptijd voor een waardepapier met periodieke rentebetalingen.
EFFECT.RENTEEFFECTGeeft als resultaat het effectieve jaarlijkse rentepercentage.
EURO.BRDOLLARFRConverteert een prijs in euro’s, uitgedrukt in een decimaal getal, naar een prijs in euro’s, uitgedrukt in een breuk.
EURO.DEDOLLARDEConverteert een prijs in euro’s, uitgedrukt in een breuk, naar een prijs in euro’s, uitgedrukt in een decimaal getal.
GIRMIRRGeeft als resultaat de interne rentabiliteit voor een serie cashflows, waarbij voor betalingen een ander rentepercentage geldt dan voor inkomsten.
HWPVGeeft als resultaat de huidige waarde van een investering.
IBETIPMTGeeft als resultaat de te betalen rente voor een investering over een bepaalde termijn.
IRIRRGeeft als resultaat de interne rentabiliteit voor een reeks cashflows.
IR.SCHEMAXIRRBerekent de interne rentabiliteit voor een betalingsschema van cashflows.
ISBETISPMTGeeft als resultaat de rente die is betaald tijdens een bepaalde termijn van een investering.
LIN.AFSCHRSLNGeeft als resultaat de lineaire afschrijving van activa over één termijn.
NHWNPVGeeft als resultaat de netto huidige waarde van een investering op basis van een reeks periodieke cashflows en een discontopercentage.
NHW2XNPVBerekent de huidige nettowaarde voor een betalingsschema van cashflows.
NOMINALE.RENTENOMINALGeeft als resultaat het nominale jaarlijkse rentepercentage.
NPERNPERGeeft als resultaat het aantal termijnen van een investering.
OPBRENGSTRECEIVEDGeeft als resultaat het bedrag dat op de vervaldatum wordt uitgekeerd voor een volgestort waardepapier.
PBETPPMTGeeft als resultaat de afbetaling op de hoofdsom voor een bepaalde termijn.
PDUUR?.
PRIJS.DISCONTOPRICEDISCGeeft als resultaat de prijs per € 100 nominale waarde voor een verdisconteerd waardepapier.
PRIJS.NOMPRICEGeeft als resultaat de prijs per € 100 nominale waarde voor een waardepapier waarvan de rente periodiek wordt uitgekeerd.
PRIJS.VERVALDAGPRICEMATGeeft als resultaat de prijs per € 100 nominale waarde voor een waardepapier waarvan de rente wordt uitgekeerd op de vervaldatum.
REND.DISCONTOYIELDDISCGeeft als resultaat het jaarlijkse rendement voor een verdisconteerd waardepapier, bijvoorbeeld schatkistpapier.
REND.VERVALYIELDMATGeeft als resultaat het jaarlijkse rendement voor een waardepapier waarvan de rente wordt uitgekeerd op de vervaldatum.
RENDEMENTYIELDGeeft als resultaat het rendement voor een waardepapier waarvan de rente periodiek wordt uitgekeerd.
RENTERATEGeeft als resultaat het periodieke rentepercentage voor een annuïteit.
RENTEPERCENTAGEINTRATEGeeft als resultaat het rentepercentage voor een volgestort waardepapier.
RRI?.
SAMENG.RENTEACCRINTBerekent de opgelopen rente voor een waardepapier waarvan de rente periodiek wordt uitgekeerd.
SAMENG.RENTE.VACCRINTMBerekent de opgelopen rente voor een waardepapier waarvan de rente op de vervaldatum wordt uitgekeerd.
SCHATK.OBLTBILLEQGeeft als resultaat het rendement op schatkistpapier, dat op dezelfde manier wordt berekend als het rendement op obligaties.
SCHATK.PRIJSTBILLPRICEBepaalt de prijs per € 100 nominale waarde voor schatkistpapier.
SCHATK.RENDTBILLYIELDBerekent het rendement voor schatkistpapier.
SYDSYDGeeft als resultaat de afschrijving van activa over een bepaalde termijn met behulp van de ‘Sum-Of-Years-Digits’-methode.
TOEK.WAARDE2FVSCHEDULEGeeft als resultaat de toekomstige waarde van een bepaalde hoofdsom na het toepassen van een reeks samengestelde rentepercentages.
TWFVGeeft als resultaat de toekomstige waarde van een investering.
VDBVDBGeeft als resultaat de afschrijving van activa over een gehele of gedeeltelijke termijn met behulp van de ‘declining balance’-methode.
DAGDAYConverteert een serieel getal naar een dag van de maand.
DAGENDAYSGeeft als resultaat het aantal dagen tussen twee datums.
DAGEN360DAYS360Berekent het aantal dagen tussen twee datums op basis van een jaar met 360 dagen.
DATUMDATEGeeft als resultaat het seriële getal van een opgegeven datum.
DATUMWAARDEDATEVALUEConverteert een datum in de vorm van tekst naar een serieel getal.
ISO.WEEKNUMMERISOWEEKNUMDeze functie resulteert in het ISO-weeknummer van het jaar van een bepaalde datum.
JAARYEARConverteert een serieel getal naar een jaar.
JAAR.DEELYEARFRACGeeft als resultaat het gedeelte van het jaar, uitgedrukt in het aantal hele dagen tussen begindatum en einddatum.
LAATSTE.DAGEOMONTHGeeft als resultaat het seriële getal van de laatste dag van de maand voor of na het opgegeven aantal maanden.
MAANDMONTHConverteert een serieel getal naar een maand.
MINUUTMINUTEConverteert een serieel naar getal minuten.
NETTO.WERKDAGENNETWORKDAYSGeeft als resultaat het aantal hele werkdagen tussen twee datums.
NETWERKDAGEN.INTLNETWORKDAYS.INTLGeeft als resultaat het aantal hele werkdagen tussen twee datums met aangepaste parameters voor weekenddagen.
NUNOWGeeft als resultaat het seriële getal van de huidige datum en tijd.
SECONDESECONDConverteert een serieel getal naar seconden.
TIJDTIMEGeeft als resultaat het seriële getal van een bepaald tijdstip.
TIJDWAARDETIMEVALUEConverteert de tijd in de vorm van tekst naar een serieel getal.
UURHOURConverteert een serieel getal naar uren.
VANDAAGTODAYGeeft als resultaat het seriële getal van de huidige datum.
WEEKDAGWEEKDAYConverteert een serieel getal naar een weekdag.
WEEKNUMMERWEEKNUMConverteert een serieel getal naar een weeknummer.
WERKDAGWORKDAYGeeft als resultaat het seriële getal van de datum voor of na een bepaald aantal werkdagen.
WERKDAG.INTLWORKDAY.INTLGeeft als resultaat het seriële getal van de datum voor of na een bepaald aantal werkdagen met aangepaste parameters voor weekenddagen.
ZELFDE.DAGEDATEGeeft als resultaat het seriële getal van een datum die het opgegeven aantal maanden voor of na de begindatum ligt
ABSABSGeeft als resultaat de absolute waarde van een getal.
AFRONDENROUNDRondt een getal af op het opgegeven aantal decimalen.
AFRONDEN.BENEDENFLOORRondt de absolute waarde van een getal naar beneden af.
AFRONDEN.BOVENCEILINGRondt de absolute waarde van een getal naar boven af op het dichtstbijzijnde gehele getal of het dichtstbijzijnde significante veelvoud.
AFRONDEN.N.VEELVOUDMROUNDGeeft als resultaat een getal afgerond op het gewenste veelvoud.
AFRONDEN.NAAR.BENEDENROUNDDOWNRondt de absolute waarde van een getal naar beneden af.
AFRONDEN.NAAR.BOVENROUNDUPRondt de absolute waarde van een getal naar boven af.
ASELECTRANDGeeft als resultaat een willekeurig getal tussen 0 en 1.
ASELECTTUSSENRANDBETWEENGeeft een willekeurig getal tussen de getallen die u hebt opgegeven.
BOOGCOSACOSGeeft als resultaat de boogcosinus van een getal.
BOOGCOSHACOSHGeeft als resultaat de inverse cosinus hyperbolicus van een getal.
BOOGSINASINGeeft als resultaat de boogsinus van een getal.
BOOGSINHASINHGeeft als resultaat de inverse sinus hyperbolicus van een getal.
BOOGTANATANGeeft als resultaat de boogtangens van een getal.
BOOGTAN2ATAN2Geeft als resultaat de boogtangens van de x- en y-coördinaten.
BOOGTANHATANHGeeft als resultaat de inverse tangens hyperbolicus van een getal.
COMBINATIESCOMBINGeeft als resultaat het aantal combinaties voor een bepaald aantal objecten.
COSCOSGeeft als resultaat de cosinus van een getal.
COSHCOSHGeeft als resultaat de cosinus hyperbolicus van een getal.
DETERMINANTMATMDETERMGeeft als resultaat de determinant van een matrix.
DUBBELE.FACULTEITFACTDOUBLEGeeft als resultaat de dubbele faculteit van een getal.
EVENEVENRondt het getal af op het dichtstbijzijnde gehele even getal.
EXPEXPVerheft de tot de macht van een bepaald getal.
FACULTEITFACTGeeft als resultaat de faculteit van een getal.
GEHEELTRUNCKapt een getal af tot een geheel getal.
GGDGCDGeeft als resultaat de grootste gemene deler.
GRADENDEGREESConverteert radialen naar graden.
INTEGERINTRond een getal naar beneden af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
INVERSEMATMINVERSEGeeft als resultaat de inverse van een matrix.
KGVLCMGeeft als resultaat het kleinste gemene veelvoud.
KWADRATENSOMSUMSQGeeft als resultaat de som van de kwadraten van de argumenten.
LNLNGeeft als resultaat de natuurlijke logaritme van een getal.
LOG10LOG10Geeft als resultaat de logaritme met grondtal 10 van een getal.
LOGLOGGeeft als resultaat de logaritme met het opgegeven grondtal van een getal.
MACHTPOWERVerheft een getal tot een macht.
MULTINOMIAALMULTINOMIALGeeft als resultaat de multinomiaalcoëfficiënt van een reeks getallen.
ONEVENODDRondt de absolute waarde van het getal naar boven af op het dichtstbijzijnde gehele oneven getal.
PIPIGeeft als resultaat de waarde van pi.
POS.NEGSIGNGeeft als resultaat het teken van een getal.
PRODUCTPRODUCTVermenigvuldigt de argumenten met elkaar.
PRODUCTMATMMULTGeeft als resultaat het product van twee matrices.
QUOTIENTQUOTIENTGeeft als resultaat de uitkomst van een deling als geheel getal.
RADIALENRADIANSConverteert graden naar radialen.
RESTMODGeeft als resultaat het restgetal van een deling.
ROMEINSROMANConverteert een Arabisch getal naar een Romeins getal en geeft het resultaat weer in de vorm van tekst.
SINSINGeeft als resultaat de sinus van de opgegeven hoek.
SINHSINHGeeft als resultaat de sinus hyperbolicus van een getal.
SOMSUMTelt de argumenten op.
SOM.ALSSUMIFTelt de getallen bij elkaar op die voldoen aan een bepaald criterium.
SOM.MACHTREEKSSERIESSUMGeeft als resultaat de som van een machtreeks die is gebaseerd op de formule.
SOM.X2MINY2SUMX2MY2Geeft als resultaat de som van het verschil tussen de kwadraten van corresponderende waarden in twee matrices.
SOM.X2PLUSY2SUMX2PY2Geeft als resultaat de som van de kwadratensom van corresponderende waarden in twee matrices.
SOM.XMINY.2SUMXMY2Geeft als resultaat de som van de kwadraten van de verschillen tussen de corresponderende waarden in twee matrices.
SOMMEN.ALSSUMIFSTelt de cellen in een bereik op die aan meerdere criteria voldoen..
SOMPRODUCTSUMPRODUCTGeeft als resultaat de som van de producten van de corresponderende matrixelementen.
SUBTOTAALSUBTOTALGeeft als resultaat een subtotaal voor een bereik.
TANTANGeeft als resultaat de tangens van een getal.
TANHTANHGeeft als resultaat de tangens hyperbolicus van een getal.
WORTELSQRTGeeft als resultaat de positieve vierkantswortel van een getal.
WORTEL.PISQRTPIGeeft als resultaat de vierkantswortel van (getal * pi).
AANTALCOUNTTelt het aantal getallen in de argumentenlijst.
AANTAL.ALSCOUNTIFTelt in een bereik het aantal cellen die voldoen aan een bepaald criterium.
AANTAL.LEGE.CELLENCOUNTBLANKTelt het aantal lege cellen in een bereik.
AANTALARGCOUNTATelt het aantal waarden in de argumentenlijst.
AANTALLEN.ALSCOUNTIFSTelt in een bereik het aantal cellen die voldoen aan meerdere criteria.
BETA.INVBETAINVGeeft als resultaat de inverse van de cumulatieve verdelingsfunctie voor een gegeven bèta-verdeling.
BETA.VERDBETADISTGeeft als resultaat de cumulatieve bèta-verdelingsfunctie.
BETROUWBAARHEIDCONFIDENCEGeeft als resultaat het betrouwbaarheidsinterval van een gemiddelde waarde voor de elementen van een populatie.
BINOMIALE.VERDBINOMDISTGeeft als resultaat de binomiale verdeling.
CHI.KWADRAATCHIDISTGeeft als resultaat de eenzijdige kans van de chi-kwadraatverdeling.
CHI.KWADRAAT.INVCHIINVGeeft als resultaat de inverse van een eenzijdige kans van de chi-kwadraatverdeling.
CHI.TOETSCHITESTGeeft als resultaat de onafhankelijkheidstoets.
CORRELATIECORRELGeeft als resultaat de correlatiecoëfficiënt van twee gegevensverzamelingen.
COVARIANTIECOVARGeeft als resultaat de covariantie, het gemiddelde van de producten van de gepaarde deviaties.
CRIT.BINOMCRITBINOMGeeft als resultaat de kleinste waarde waarvoor de binomiale verdeling kleiner is dan of gelijk is aan het criterium.
DEV.KWADDEVSQGeeft als resultaat de som van de deviaties in het kwadraat.
EXPON.VERDEXPONDISTGeeft als resultaat de exponentiële verdeling.
F.INVERSEFINVGeeft als resultaat de inverse van de F-verdeling.
F.TOETSFTESTGeeft als resultaat een F-toets.
F.VERDELINGFDISTGeeft als resultaat de F-verdeling.
FISHERFISHERGeeft als resultaat de Fisher-transformatie.
FISHER.INVFISHERINVGeeft als resultaat de inverse van de Fisher-transformatie.
FREQUENTIEFREQUENCYGeeft als resultaat een frequentieverdeling in de vorm van een verticale matrix.
GAMMA.INVGAMMAINVGeeft als resultaat de inverse van de cumulatieve gamma-verdeling.
GAMMA.LNGAMMALNGeeft als resultaat de natuurlijke logaritme van de gamma-functie, G(x).
GAMMA.VERDGAMMADISTGeeft als resultaat de gamma-verdeling.
GEM.DEVIATIEAVEDEVGeeft als resultaat het gemiddelde van de absolute deviaties van gegevenspunten ten opzichte van hun gemiddelde waarde.
GEMIDDELDEAVERAGEGeeft als resultaat het gemiddelde van de argumenten.
GEMIDDELDE.ALSAVERAGEIFGeeft het gemiddelde (rekenkundig gemiddelde) als resultaat van alle cellen in een bereik die voldoen aan de opgegeven criteria.
GEMIDDELDEAAVERAGEAGeeft als resultaat het gemiddelde van de argumenten, inclusief getallen, tekst en logische waarden.
GEMIDDELDEN.ALSAVERAGEIFSGeeft het gemiddelde (rekenkundig gemiddelde) als resultaat van alle cellen die aan meerdere criteria voldoen..
GETRIMD.GEMTRIMMEANGeeft als resultaat het gemiddelde van waarden in een gegevensverzameling.
GROEIGROWTHGeeft als resultaat de waarden voor een exponentiële trend.
GROOTSTELARGEGeeft als resultaat de op k-1 na grootste waarde in een gegevensverzameling.
HARM.GEMHARMEANGeeft als resultaat het harmonische gemiddelde.
HYPERGEO.VERDHYPGEOMDISTGeeft als resultaat de hypergeometrische verdeling.
KANSPROBGeeft als resultaat de kans dat waarden zich tussen twee grenzen bevinden.
KLEINSTESMALLGeeft als resultaat de op k-1 na kleinste waarde in een gegevensverzameling.
KURTOSISKURTGeeft als resultaat de kurtosis van een gegevensverzameling.
KWARTIELQUARTILEGeeft als resultaat het kwartiel van een gegevensverzameling.
LIJNSCHLINESTGeeft als resultaat de parameters van een lineaire trend.
LOG.NORM.INVLOGINVGeeft als resultaat de inverse van de logaritmische normale verdeling.
LOG.NORM.VERDLOGNORMDISTGeeft als resultaat de cumulatieve logaritmische normale verdeling.
LOGSCHLOGESTGeeft als resultaat de parameters van een exponentiële trend.
MAXMAXGeeft als resultaat de maximumwaarde in een lijst met argumenten.
MAXAMAXAGeeft als resultaat de maximumwaarde in een lijst met argumenten, inclusief getallen, tekst en logische waarden.
MEDIAANMEDIANGeeft als resultaat de mediaan van de opgegeven getallen.
MEETK.GEMGEOMEANGeeft als resultaat het meetkundige gemiddelde.
MINMINGeeft als resultaat de minimumwaarde in een lijst met argumenten.
MINAMINAGeeft als resultaat de minimumwaarde in een lijst met argumenten, inclusief getallen, tekst en logische waarden.
MODUSMODEGeeft als resultaat de meest voorkomende waarde in een gegevensverzameling.
NEG.BINOM.VERDNEGBINOMDISTGeeft als resultaat de negatieve binomiaalverdeling.
NORM.INVNORMINVGeeft als resultaat de inverse van de cumulatieve standaardnormale verdeling.
NORM.VERDNORMDISTGeeft als resultaat de cumulatieve normale verdeling.
NORMALISERENSTANDARDIZEGeeft als resultaat een genormaliseerde waarde.
PEARSONPEARSONGeeft als resultaat de correlatiecoëfficiënt van Pearson.
PERCENT.RANGPERCENTRANKGeeft als resultaat de positie, in procenten uitgedrukt, van een waarde in de rangorde van een gegevensverzameling.
PERCENTIELPERCENTILEGeeft als resultaat het k-de percentiel van waarden in een bereik.
PERMUTATIESPERMUTGeeft als resultaat het aantal permutaties voor een gegeven aantal objecten.
POISSONPOISSONGeeft als resultaat de Poisson-verdeling.
R.KWADRAATRSQGeeft als resultaat het kwadraat van de Pearson-correlatiecoëfficiënt.
RANGRANKGeeft als resultaat het rangnummer van een getal in een lijst getallen.
RICHTINGSLOPEGeeft als resultaat de richtingscoëfficiënt van een lineaire regressielijn.
SCHEEFHEIDSKEWGeeft als resultaat de mate van asymmetrie van een verdeling.
SNIJPUNTINTERCEPTGeeft als resultaat het snijpunt van de lineaire regressielijn met de y-as.
STAND.FOUT.YXSTEYXGeeft als resultaat de standaardfout in de voorspelde y-waarde voor elke x in een regressie.
STAND.NORM.INVNORMSINVGeeft als resultaat de inverse van de cumulatieve normale verdeling.
STAND.NORM.VERDNORMSDISTGeeft als resultaat de cumulatieve standaardnormale verdeling.
STDEVSTDEVMaakt een schatting van de standaarddeviatie op basis van een steekproef.
STDEVASTDEVAMaakt een schatting van de standaarddeviatie op basis van een steekproef, inclusief getallen, tekst en logische waarden.
STDEVPSTDEVPBerekent de standaarddeviatie op basis van de volledige populatie.
STDEVPASTDEVPABerekent de standaarddeviatie op basis van de volledige populatie, inclusief getallen, tekst en logische waarden.
T.INVTINVGeeft als resultaat de inverse van de Student T-verdeling.
T.TOETSTTESTGeeft als resultaat de kans met behulp van de Student T-toets.
T.VERDTDISTGeeft als resultaat de Student T-verdeling.
TRENDTRENDGeeft als resultaat de waarden voor een lineaire trend.
VARVARMaakt een schatting van de variantie op basis van een steekproef.
VARAVARAMaakt een schatting van de variantie op basis van een steekproef, inclusief getallen, tekst en logische waarden.
VARPVARPBerekent de variantie op basis van de volledige populatie.
VARPAVARPABerekent de standaarddeviatie op basis van de volledige populatie, inclusief getallen, tekst en logische waarden.
VOORSPELLENFORECASTGeeft als resultaat een waarde op basis van een lineaire trend.
WEIBULLWEIBULLGeeft als resultaat de Weibull-verdeling.
Z.TOETSZTESTGeeft als resultaat de eenzijdige kanswaarde van een Z-toets.
ADRESADDRESSGeeft als resultaat een verwijzing, in de vorm van tekst, naar één bepaalde cel in een werkblad.
ALS.FOUTIFERRORRetourneert een waarde die u opgeeft als een formule een fout oplevert, anders wordt het resultaat van de formule geretourneerd.
ALSIFGeeft een logische test aan.
BEREIKENAREASGeeft als resultaat het aantal bereiken in een verwijzing.
CELCELLGeeft als resultaat informatie over de opmaak, locatie of inhoud van een cel.
ENANDGeeft als resultaat WAAR als alle argumenten WAAR zijn.
HORIZ.ZOEKENHLOOKUPZoekt in de bovenste rij van een matrix naar een bepaalde waarde en geeft als resultaat de gevonden waarde in de opgegeven cel.
HYPERLINKHYPERLINKMaakt een snelkoppeling of een sprong waarmee een document wordt geopend dat is opgeslagen op een netwerkserver, een intranet of op internet.
INDEXINDEXKiest met een index een waarde uit een verwijzing of een matrix.
INDIRECTINDIRECTGeeft als resultaat een verwijzing die wordt aangegeven met een tekstwaarde.
INFOINFOGeeft als resultaat informatie over de huidige besturingsomgeving.
IS.EVENISEVENGeeft als resultaat WAAR als het getal even is.
IS.ONEVENISODDGeeft als resultaat WAAR als het getal oneven is.
ISFOUT2ISERRGeeft als resultaat WAAR als de waarde een foutwaarde is, met uitzondering van #N/B.
ISFOUTISERRORGeeft als resultaat WAAR als de waarde een foutwaarde is.
ISGEENTEKSTISNONTEXTGeeft als resultaat WAAR als de waarde geen tekst is.
ISGETALISNUMBERGeeft als resultaat WAAR als de waarde een getal is.
ISLEEGISBLANKGeeft als resultaat WAAR als de waarde leeg is.
ISLOGISCHISLOGICALGeeft als resultaat WAAR als de waarde een logische waarde is.
ISNBISNAGeeft als resultaat WAAR als de waarde de foutwaarde #N/B is.
ISTEKSTISTEXTGeeft als resultaat WAAR als de waarde tekst is.
ISVERWIJZINGISREFGeeft als resultaat WAAR als de waarde een verwijzing is.
KIEZENCHOOSEKiest een waarde uit een lijst met waarden.
KOLOMCOLUMNGeeft als resultaat het kolomnummer van een verwijzing.
KOLOMMENCOLUMNSGeeft als resultaat het aantal kolommen in een verwijzing.
Logische functiesLogical functions.
NNGeeft als resultaat een waarde die is geconverteerd naar een getal.
NBNAGeeft als resultaat de foutwaarde #N/B.
NIETNOTKeert de logische waarde van het argument om.
OFORGeeft als resultaat WAAR als minimaal een van de argumenten WAAR is.
ONWAARFALSEGeeft als resultaat de logische waarde ONWAAR.
RIJROWGeeft als resultaat het rijnummer van een verwijzing.
RIJENROWSGeeft als resultaat het aantal rijen in een verwijzing.
RTGRTDHaalt realtimegegevens op uit een programma dat COM-automatisering (automatisering: een methode waarmee de ene toepassing objecten van een andere toepassing of ontwikkelprogramma kan besturen. Automatisering werd vroeger OLE-automatisering genoemd. Automatisering is een industrienorm die deel uitmaakt van het Component Object Model (COM).) ondersteunt.
TRANSPONERENTRANSPOSEGeeft als resultaat de getransponeerde van een matrix.
TYPE.FOUTERROR.TYPEGeeft als resultaat een getal dat overeenkomt met een van de foutwaarden van Microsoft Excel.
TYPETYPEGeeft als resultaat een getal dat het gegevenstype van een waarde aangeeft.
VERGELIJKENMATCHZoekt naar bepaalde waarden in een verwijzing of een matrix.
VERSCHUIVINGOFFSETGeeft als resultaat een nieuwe verwijzing die is verschoven ten opzichte van een bepaalde verwijzing.
VERT.ZOEKENVLOOKUPZoekt in de meest linkse kolom van een matrix naar een bepaalde waarde en geeft als resultaat de waarde in de opgegeven cel.
WAARTRUEGeeft als resultaat de logische waarde WAAR.
ZOEKENLOOKUPZoekt naar bepaalde waarden in een vector of een matrix.
DBGEMIDDELDEDAVERAGEBerekent de gemiddelde waarde in geselecteerde databasegegevens.
DBAANTALDCOUNTTelt de cellen met getallen in een database.
DBAANTALCDCOUNTATelt de niet-lege cellen in een database.
DBLEZENDGETRetourneert één record dat voldoet aan de opgegeven criteria uit een database.
DBMAXDMAXRetourneert de maximumwaarde in de geselecteerde databasegegevens.
DBMINDMINRetourneert de minimumwaarde in de geselecteerde databasegegevens.
DBPRODUCTDPRODUCTVermenigvuldigt de waarden in een bepaald veld van de records die voldoen aan de criteria in een database.
DBSTDEVDSTDEVMaakt een schatting van de standaarddeviatie op basis van een steekproef uit geselecteerde databasegegevens.
DBSTDEVPDSTDEVPBerekent de standaarddeviatie op basis van de volledige populatie van geselecteerde databasegegevens.
DBSOMDSUMTelt de getallen uit een kolom records in de database op die voldoen aan de criteria.
DBVARDVARMaakt een schatting van de variantie op basis van een steekproef uit geselecteerde databasegegevens.
DBVARPDVARPBerekent de variantie op basis van de volledige populatie van geselecteerde databasegegevens.
BAHT.TEKSTBAHTTEXTConverteert een getal naar tekst met de valutanotatie ß (baht).
BEGINLETTERSPROPERZet de eerste letter van elk woord in een tekst om in een hoofdletter.
CODECODEGeeft als resultaat de numerieke code voor het eerste teken in een tekenreeks.
EURODOLLARConverteert een getal naar tekst met de valutanotatie € (euro).
FONETISCHPHONETICHaalt de fonetische tekens (furigana) uit een tekenreeks op.
GELIJKEXACTControleert of twee tekenreeksen identiek zijn.
HERHALINGREPTHerhaalt een tekst een aantal malen.
HOOFDLETTERSUPPERZet tekst om in hoofdletters.
JISJISWijzigt Nederlandse letters of katakanatekens over de halve breedte (enkel-bytetekens) binnen een tekenreeks in tekens over de volle breedte (dubbel-bytetekens).
KLEINE.LETTERSLOWERZet tekst om in kleine letters.
LENGTE, LENGTEBLEN, LENBGeeft als resultaat het aantal tekens in een tekenreeks.
LINKS, LINKSBLEFT, LEFTBGeeft als resultaat de meest linkse tekens in een tekenreeks.
MIDDEN, DEELBMID, MIDBGeeft als resultaat een bepaald aantal tekens van een tekenreeks vanaf de positie die u opgeeft.
RECHTS, RECHTSBRIGHT, RIGHTBGeeft als resultaat de meest rechtse tekens in een tekenreeks.
SPATIES.WISSENTRIMVerwijdert de spaties uit een tekst.
SUBSTITUERENSUBSTITUTEVervangt oude tekst door nieuwe tekst in een tekenreeks.
TTConverteert de argumenten naar tekst.
TEKENCHARGeeft als resultaat het teken dat hoort bij de opgegeven code.
TEKST.SAMENVOEGENCONCATENATEVoegt verschillende tekstfragmenten samen tot één tekstfragment.
TEKSTTEXTMaakt een getal op en converteert het getal naar tekst.
VASTFIXEDMaakt een getal als tekst met een vast aantal decimalen op.
VERVANG,VERVANGENBREPLACE, REPLACEBVervangt tekens binnen een tekst.
VIND.ALLES, VIND.ALLES.BFIND, FINDBZoekt een bepaalde tekenreeks in een tekst (waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters).
VIND.SPEC, VIND.SPEC.BSEARCH, SEARCHBZoekt een bepaalde tekenreeks in een tekst (waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters).
WAARDEVALUEConverteert tekst naar een getal.
WISSEN.CONTROLCLEANVerwijdert alle niet-afdrukbare tekens uit een tekst.

.

ALSIFGeeft een logische test aan.
ALS.FOUTIFERRORRetourneert een waarde die u opgeeft als een formule een fout oplevert, anders wordt het resultaat van de formule geretourneerd.
CELCELLGeeft als resultaat informatie over de opmaak, locatie of inhoud van een cel.
ENANDGeeft als resultaat WAAR als alle argumenten WAAR zijn.
INFOINFOGeeft als resultaat informatie over de huidige besturingsomgeving.
IS.EVENISEVENGeeft als resultaat WAAR als het getal even is.
IS.ONEVENISODDGeeft als resultaat WAAR als het getal oneven is.
ISFOUT2ISERRGeeft als resultaat WAAR als de waarde een foutwaarde is, met uitzondering van #N/B.
ISFOUTISERRORGeeft als resultaat WAAR als de waarde een foutwaarde is.
ISGEENTEKSTISNONTEXTGeeft als resultaat WAAR als de waarde geen tekst is.
ISGETALISNUMBERGeeft als resultaat WAAR als de waarde een getal is.
ISLEEGISBLANKGeeft als resultaat WAAR als de waarde leeg is.
ISLOGISCHISLOGICALGeeft als resultaat WAAR als de waarde een logische waarde is.
ISNBISNAGeeft als resultaat WAAR als de waarde de foutwaarde #N/B is.
ISTEKSTISTEXTGeeft als resultaat WAAR als de waarde tekst is.
ISVERWIJZINGISREFGeeft als resultaat WAAR als de waarde een verwijzing is.
Logische functiesLogical functions .
NNGeeft als resultaat een waarde die is geconverteerd naar een getal.
NBNAGeeft als resultaat de foutwaarde #N/B.
NIETNOTKeert de logische waarde van het argument om.
OFORGeeft als resultaat WAAR als minimaal een van de argumenten WAAR is.
ONWAARFALSEGeeft als resultaat de logische waarde ONWAAR.
TYPE.FOUTERROR.TYPEGeeft als resultaat een getal dat overeenkomt met een van de foutwaarden van Microsoft Excel.
TYPETYPEGeeft als resultaat een getal dat het gegevenstype van een waarde aangeeft.
WAARTRUEGeeft als resultaat de logische waarde WAAR.
CELCELLGeeft als resultaat informatie over de opmaak, locatie of inhoud van een cel.
TYPE.FOUTERROR.TYPEGeeft als resultaat een getal dat overeenkomt met een van de foutwaarden van Microsoft Excel.
INFOINFOGeeft als resultaat informatie over de huidige besturingsomgeving.
ISLEEGISBLANKGeeft als resultaat WAAR als de waarde leeg is.
ISFOUT2ISERRGeeft als resultaat WAAR als de waarde een foutwaarde is, met uitzondering van #N/B.
ISFOUTISERRORGeeft als resultaat WAAR als de waarde een foutwaarde is.
IS.EVENISEVENGeeft als resultaat WAAR als het getal even is.
ISLOGISCHISLOGICALGeeft als resultaat WAAR als de waarde een logische waarde is.
ISNBISNAGeeft als resultaat WAAR als de waarde de foutwaarde #N/B is.
ISGEENTEKSTISNONTEXTGeeft als resultaat WAAR als de waarde geen tekst is.
ISGETALISNUMBERGeeft als resultaat WAAR als de waarde een getal is.
IS.ONEVENISODDGeeft als resultaat WAAR als het getal oneven is.
ISVERWIJZINGISREFGeeft als resultaat WAAR als de waarde een verwijzing is.
ISTEKSTISTEXTGeeft als resultaat WAAR als de waarde tekst is.
NNGeeft als resultaat een waarde die is geconverteerd naar een getal.
NBNAGeeft als resultaat de foutwaarde #N/B.
TYPETYPEGeeft als resultaat een getal dat het gegevenstype van een waarde aangeeft.
BESSEL.JBESSELJGeeft als resultaat de Bessel-functie Jn(x).
BESSEL.KBESSELKGeeft als resultaat de gewijzigde Bessel-functie Kn(x).
BESSEL.YBESSELIGeeft als resultaat de Bessel-functie Yn(x).
BESSEL.YBESSELYGeeft als resultaat de Bessel-functie Yn(x).
BIN.N.DECBIN2DECConverteert een binair getal naar een decimaal getal.
BIN.N.HEXBIN2HEXConverteert een binair getal naar een hexadecimaal getal.
BIN.N.OCTBIN2OCTConverteert een binair getal naar een octaal getal.
C.ABSIMABSGeeft als resultaat de absolute waarde (modulus) van een complex getal.
C.ARGUMENTIMARGUMENTGeeft als resultaat het argument thèta, een hoek uitgedrukt in radialen.
C.COSIMCOSGeeft als resultaat de cosinus van een complex getal.
C.EXPIMEXPGeeft als resultaat de exponent van een complex getal.
C.IM.DEELIMAGINARYGeeft als resultaat de imaginaire coëfficiënt van een complex getal.
C.LNIMLNGeeft als resultaat de natuurlijke logaritme van een complex getal.
C.LOG10IMLOG10Geeft als resultaat de logaritme met grondtal 10 van een complex getal.
C.LOG2IMLOG2Geeft als resultaat de logaritme met grondtal 2 van een complex getal.
C.MACHTIMPOWERGeeft als resultaat een complex getal dat is verheven tot de macht van een geheel getal.
C.PRODUCTIMPRODUCTGeeft als resultaat het product van complexe getallen.
C.QUOTIENTIMDIVGeeft als resultaat het quotiënt van twee complexe getallen.
C.REEEL.DEELIMREALGeeft als resultaat de reële coëfficiënt van een complex getal.
C.SINIMSINGeeft als resultaat de sinus van een complex getal.
C.SOMIMSUMGeeft als resultaat de som van complexe getallen.
C.TOEGEVOEGDIMCONJUGATEGeeft als resultaat het complexe toegevoegde getal van een complex getal.
C.VERSCHILIMSUBGeeft als resultaat het verschil tussen twee complexe getallen.
C.WORTELIMSQRTGeeft als resultaat de vierkantswortel van een complex getal.
COMPLEXCOMPLEXConverteert reële en imaginaire coëfficiënten naar een complex getal.
CONVERTERENCONVERTConverteert een getal in de ene maateenheid naar een getal in een andere maateenheid.
DEC.N.BINDEC2BINConverteert een decimaal getal naar een binair getal.
DEC.N.HEXDEC2HEXConverteert een decimaal getal naar een hexadecimaal getal.
DEC.N.OCTDEC2OCTConverteert een decimaal getal naar een octaal getal.
DELTADELTATest of twee waarden gelijk zijn.
FOUT.COMPLEMENTERFCGeeft als resultaat de complementaire foutfunctie.
FOUTFUNCTIEERFGeeft als resultaat de foutfunctie.
GROTER.DANGESTEPTest of een getal groter is dan de drempelwaarde.
HEX.N.BINHEX2BINConverteert een hexadecimaal getal naar een binair getal.
HEX.N.DECHEX2DECConverteert een hexadecimaal getal naar een decimaal getal.
HEX.N.OCTHEX2OCTConverteert een hexadecimaal getal naar een octaal getal.
OCT.N.BINOCT2BINConverteert een octaal getal naar een binair getal.
OCT.N.DECOCT2DECConverteert een octaal getal naar een decimaal getal.
OCT.N.HEXOCT2HEXConverteert een octaal getal naar een hexadecimaal getal.
KUBUSGERANGCHIKTLIDCUBERANKEDMEMBERRetourneert het zoveelste, gerangschikte lid in een set. Wordt gebruikt om een of meer elementen in een set te retourneren, zoals de tien beste verkopers of de tien beste studenten.
KUBUSKPILIDCUBEKPIMEMBERRetourneert de naam, eigenschap en waarde van een KPI (prestatie-indicator) en geeft de naam en de eigenschap in de cel weer. Een KPI is een meetbare waarde, zoals de maandelijkse brutowinst of de omzet per kwartaal per werknemer, die wordt gebruikt om de prestaties van een organisatie te bewaken.
KUBUSLIDCUBEMEMBERRetourneert een lid of tupel in een kubushiërarchie. Wordt gebruikt om te controleren of het lid of de tupel in de kubus aanwezig is.
KUBUSLIDEIGENSCHAPCUBEMEMBERPROPERTYRetourneert de waarde van een lideigenschap in de kubus. Wordt gebruikt om te controleren of de lidnaam in de kubus bestaat en retourneert de opgegeven eigenschap voor dit lid.
KUBUSSETCUBESETDefinieert een berekende set leden of tupels door een ingestelde expressie naar de kubus op de server te sturen, alwaar de set wordt gemaakt en vervolgens wordt geretourneerd naar Microsoft Office Excel.
KUBUSSETAANTALCUBESETCOUNTRetourneert het aantal onderdelen in een set.
KUBUSWAARDECUBEVALUERetourneert een samengestelde waarde van een kubus.
URL.CODERENENCODEURLretourneert een URL-gecodeerde tekenreeks, waarbij bepaalde niet-alfanumerieke tekens worden vervangen door een procentteken (%) en een hexadecimaal getal.
WEBSERVICEWEBSERVICEretourneert gegevens van een webservice op internet of in een intranet.
XML.FILTERENFILTERXMLretourneert specifieke gegevens van XML-inhoud op basis van het opgegeven XPath.